top of page

Woordkeuze - duurzame inzetbaarheid of vitaliteit

Waar werken jullie aan binnen de organisatie? Aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers of aan hun vitaliteit? Misschien denk je dat die termen inwisselbaar zijn, omdat ze op hetzelfde doel gericht zijn. Voor mij zijn ze dat niet. Het maakt verschil welk woord je gebruikt. Woorden hebben lading. De energie van ‘inzetbaar’ zijn, voelt heel anders dan van vitaal zijn. Ik kies voor vitaliteit.

Welk signaal geef je af met je woordkeuze? Bij ‘inzetbaarheid’ denk ik aan een actieve organisatie en passieve medewerkers. De organisatie stuurt. Ze zet medewerkers in. Ze beschikt over hun levens. Ze stelt haar eigen behoeften en belangen centraal. Van medewerkers lijkt meegaandheid en gehoorzaamheid verwacht te worden. Ze moeten beschikbaar zijn voor de noden en verlangens van de organisatie. Ze moeten zich aanpassen. Ik voel me willoos bij het idee dat ik inzetbaar zou moeten zijn. Machteloos. Afhankelijk. Het maakt me klein. Ik verlies mijn kracht en motivatie en verlang naar het weekend. Ik word moe en wil nu al met pensioen, dan houd ik op met een pion zijn met wie geschoven wordt.

Als een organisatie de vitaliteit van haar medewerkers belangrijk vindt, dan voelt dat heel anders. Ik ben zelf aan zet. Vitaliteit is levenslust. Mijn vitaliteit is van mij. Als mijn organisatie daarin wil investeren, voelt dat als een cadeau. Een cadeau stemt me dankbaar. Dat komt ook mijn werk ten goede. Het geeft me een gevoel dat ik een gelijkwaardige relatie met de organisatie heb. Mijn welbevinden is van belang voor de organisatie, net zoals het voor mijn partner belangrijk is dat ik lekker in mijn vel zit. Het voelt als een win-win situatie. Mijn dankbaarheid geeft nieuwe energie, net zoals de inzichten rond mijn vitaliteit die geven.

Welke signaal wil je afgeven als organisatie? Het woord vitaliteit heeft positieve associaties. Natuurlijk wil ik vitaal zijn – energiek, veerkrachtig, gemotiveerd. Vitaliteit maakt me blij. Ik heb zelf ook het belang om niet ziek te worden. Ik wil plezier hebben in de dingen die ik doe. Ik vind het leuk om me te ontwikkelen – in mijn taken en gewoon als mens. Ik wil blij zijn met mijn bijdrage. Ik wil fluitend naar mijn werk en met energie thuis komen. Ik wil kwaliteit van leven – ook op mijn werk. Ik wil een positief gevoel. Hoe positiever ik gestemd ben, des te kleiner de kans dat ik mijn balans verlies en ziek word. Hoe positiever ik gestemd ben, des te groter het effect op de mensen met wie ik samenwerk. Vitaliteit vergroot mijn kracht en zelfvertrouwen. Dan zie ik zelf ook wel in wanneer mijn taken niet meer zinvol zijn of wanneer mijn capaciteiten niet overeenstemmen met wat de functie vereist. Dan kan ik in gezond eigenbelang op komen voor mijn ambities en gevoel van zingeving. Investeren in vitaliteit is investeren in zelfsturing, motivatie en mondigheid.

Nu ik toch bezig ben: Ik heb ook nooit goed door één deur gekund met het woord ‘functioneren’. Het klinkt zo mechanisch. De organisatie als apparaat en de medewerkers als radartjes. Ik wilde helemaal niet functioneren. Ik wil leven, leren en me inzetten. De ambitie dat mensen alleen functioneren levert me meteen stress door bore-out.

Inzetbaarheid activeert mijn plichtgevoel. Vitaliteit activeert mijn motivatie. Ik wil niet inzetbaar zijn. Ik wil me inzetten.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page